|
We zijn met de opdrachtgever op zoek gegaan naar een element in het pand dat we in de tafels zouden kunnen laten terugkomen. De mozaïek in de halvloer leent zich uitstekend voor deze opzet en daarom gaan we deze vorm in de tafels centraal plaatsen.
|
|
Als techniek wordt hier voor intarsia gekozen. Dit is inlegwerk van massief hout. Intarsia wordt nog al eens verward met marqueterrie, waarbij met fineer wordt gewerkt. Wij maken het stermotief van 6 mm dik hout. We beginnen met het uitzoeken van enkele houtsoorten die zich hier goed voor lenen. Uiteindelijk valt de keus op een achtergrond van donker notenhout met daarop afwisselend zwitsers peren en licht notenmoiré. De binnencirkel moet een blokpatroon worden van esdoorn en moereiken.
|
|
Nadat we met behulp van speciaal gemaakt mallen de onderdelen nauwkeurig uitgezaagd hebben, lijmen we stapsgewijs het geheel in elkaar.
|
|
Het stermotief hebben we ondertussen op een 7 millmeter dun eiken plankje verlijmd. Het ingelijmde blokpatroon zagen we glad af met een japanse zaag. Het afgezaagde deel verlijmen we vervolgens in de tweede intarsia-ster.
|
|
De twee kwartiers eiken stroken zijn gemerkt met een ‘K’. Deze extra gedroogde stroken komen onder die delen van de ster die eigenlijk dwars op de draad staan. Daardoor moeten problemen met het krimpen van hout voorkomen worden. In dat kader moet ook de keuze voor de dunne eiken tussenlaag gezien worden. Deze wordt onder een iets andere hoek ingelijmd.
|
|
In het middelste deel van het blad frezen we het intarsiawerk in.
|
|
Op de vlakbank kun je zulke grote delen niet goed hanteren. Daarom schaven we de drie bladdelen met de reischaaf precies sluitend.
|
|
Met veel voldoening schaven we vervolgens deze paar lijmnaden glad. Omdat het blad te groot is voor de grote bladenschuurmachine schuren we het hele blad met de handbandschuurmachine.
|
|
Het onderstel speelt qua vorm in op de afgehoekte kanten van het blad. Bovendien heeft het noten details, waardoor het een eenheid wordt met het blad.
|